Neeltje , Beeltje , Klacs , enTrijn ,
Dat is effen een dofijn ,
Sulcke twalef Olijf fpruyten ,
Souden wel een moes potihuyten ,
Met fijn fmerigh ingewant ,
Dat fich Va'er noch Mo'er en brandt t 't Mach wel heeten Difch verfieren ,
* k Eet veel liever met mijn vieren ,
Neen die Hooverdy is kranck ,
Langh van fop maeckt fchralen dranck ,
Groot gefin , geeft gioote woelingh ,
Doch wat Godt den Heere doet ,
Moctraen houden ftae0h voor goet ,
VAert wel geboeyde twee , die op den dagh van h ed en t , Gemaakt hebt een verbont met hand' en mont om icdc Dat onfen Bruydegom wou mijden geyle brand ,
En onfe Bruydt om hem te helpen in dien ftandr ,
Vaert wel , feg' ick , vaert wel , Godt wil U bey de t'famen Gebenedyen hier , ooçk eeuwighlijcken , Amen .
Bruydt - LofiLiedt ,
Op dcStemrne :
lek wil van defer» avond noch eens uyt Vryengaen , & c .
i .
DEn gulden Broeder vande bleecke Jacht Goddin » Met iijn gevlsmdeftralen , ^ ^
1 KbK 2evp - 323