ITET
DENNEBOOMPJE.
{a Ade
Buiten in een bosch stond
eens een allerliefste kleine den-
neboom. Hij had daar eene
recht goede plaats: hij genoot
volop de stralen der zon, lucht
was er meer dan genoeg en
rondom hem groeiden vele
grootere kameraden, zoowel denne- als pijnboomen. De kleine
denneboom koesterde intusschen een vurie verlangen om erooter